Zielen zijn genderless

Text: Jans Schaper, foografie: Jasmine de Vries

Danser Louis Alves kreeg op achttienjarige leeftijd groen licht van de genderpoli om met vrouwelijke hormonen te starten. Kort daarna ontving hij een scholarship om twee prestigieuze opleidingen in Amerika te volgen. Hij vertrok naar New York en toen hij met de felbegeerde diploma’s op zak weer terug in Nederland was, besloot Louis niet in transitie te gaan. Als gevestigde danser en docent blikt Louis nu terug op dit proces en vertelt over de invloed die de omgeving heeft gehad op zijn zoektocht naar zichzelf.
Louis Alves, danser. Foto: Jasmine de Vries
Louis Alves, danser. Foto: Jasmine de Vries

Uiteindelijk geen transitie — Toen ik drie, vier jaar was, was ik altijd geïnteresseerd in de dingen die meisjes deden. In principe gaat het je pas opvallen wanneer je iets ouder wordt, zodra je merkt dat je gecorrigeerd wordt. Dat heeft mijn identiteit verder niet veranderd. Ik heb me als kind niet ingehouden. Ik identificeerde me niet met het mannelijke geslacht. Ik was bezig met het meisje zijn.

Ik vond het kwetsend als iemand ‘jongetje’ zei. Ik vond het fantastisch als iemand tegen mijn ouders zei: ‘Ik wist niet dat je een dochter had’. Dan gingen mijn ogen stralen. Als ik mijn moeder dan hoorde zeggen: ‘Nee nee, dat is mijn zoon’, voelde dat heel awkward.

Ik was acht of negen toen ik met dansen begon. Ik ging gelijk al de professionele kant op. Dat heeft me in veel dingen een uitlaatklep gegeven: ik kon er frustratie in kwijt. Dansen was mijn alles. Binnen een Kaapverdiaans gezin staan ze echt niet te wachten op een kind dat anders is. Ik werd vaak gecorrigeerd en hoorde constant: ‘Waarom gedraag je je zo? Je bent geen meisje, je bent een jongen. Jongens gedragen zich zo niet. Kijk naar je broers.’ Dat waren echt jongens-jongens.

Toen ik achttien was, zag ik Kelley van der Veer op de televisie in de Travestieshow. Zij vertelde dat zij zich vrouw voelde en in transitie ging. Ik dacht: ‘Oh het is mogelijk, je kunt er echt een keuze in maken en voor het vrouw zijn kiezen’. Met elke cel in mijn lijf voelde ik toen: ik ben vrouw.

Ik schreef een brief aan mijn familie om te zeggen dat ik geen man ben en eigenlijk vrouw hoor te zijn. En dat ik naar het VU ziekenhuis ging. Mijn familieleden reageerden verschillend. Een paar hadden zoiets van: ‘Ik wist altijd al dat je anders was, maar ik dacht dat je ‘gewoon’ gay was.’ Andere familieleden zagen al dat ik heel vrouwelijk was en stonden er niet van te kijken. Ze vonden het knap dat ik dit had gedeeld en ervoor wilde gaan. Mijn broers hebben nooit gereageerd.

Ik wist niet of ik als vrouw ook met mijn dans verder kon, want zou ik dan wel passabel genoeg zijn?

Ik was excited om naar de VU te gaan. Want ik dacht: ‘Ik ga er nu echt iets mee doen’. Maar ik vond het ook eng. Want dat betekende dat ik bezig was om stappen te ondernemen. Op dat moment wist ik dat ik vrouw was, me vrouw voelde, en vrouw wilde zijn. Maar ik wist niet of ik als vrouw ook met mijn dans verder kon, want zou ik dan wel passabel genoeg zijn? Zeker toen ik jong was, leefde dit sterk, nu denk ik daar anders over. Toen was het heel belangrijk dat ik mee kon gaan met alle andere tieners: uitgaan en jongens leren kennen.

Ik was ook bang dat mijn kracht zou afnemen als ik vrouwelijke hormonen zou gebruiken. Je lichaam gaat veranderen, maar je weet niet exact hoe. Niemand kon dat voorspellen. Dat was wel altijd mijn vraag: ‘Hoe verhoudt transitie zich met dans?’

Nadat ik groen licht kreeg voor het transitietraject, ben ik met een scholarship naar New York en Los Angeles gegaan. In Amerika merkte ik dat men daar veel opener was. Daar ervaarde ik wat ik in Nederland niet had, ook niet binnen de dansscene: ze deden niet raar tegen me. Ik voelde me veel meer geaccepteerd, in de grote steden tenminste. In Nederland was ik bezig met hip hop, en binnen die scene was de cultuur macho: ‘Boys are like this, and girls are like that .’ Dat was voor mij lastig. Ik voelde in Nederland niet dat ik een plekje had.

Dat ik vrouw ben of me als meisje identificeer, wil niet zeggen dat ik niet stoer kan dansen. 

Maar in Amerika had ik mijn baggy broek en een panty aan, liet mijn nagels groeien, vlocht mijn haren. Dat ik vrouw ben of me als meisje identificeer, wil niet zeggen dat ik niet stoer kan dansen. Dus in dans voelde ik me daar comfortabel om die kant van mezelf te laten zien. Omdat ik mensenschuw was, deed ik dat in het dagelijks leven juist zo min mogelijk.

Ik had vroeger een hekel aan donkere mensen. Daarom ging ik voornamelijk met witte mensen om. Dat kwam omdat ik vanuit de donkere cultuur altijd negatieve reacties kreeg op wie ik was. Mensen binnen die cultuur hadden altijd wel wat te zeggen. En ze dachten vaak op de manier waarop mijn ouders ook dachten. In Amerika zag ik dat het ook anders kan gaan.

Daar waren de stoere jongens van: ‘Hé, hoe is het met je’, en van elkaar knuffelen. Het was zo raar voor me dat een donker iemand zo open en relaxed was. Die keek niet naar wat ik aan had, maar zag me als persoon. En dat was het moment dat ik mezelf ging accepteren en zag dat ik niet per se een gender hoefde te kiezen. Ik kon zo vrouwelijk zijn als ik was. In Amerika werd dat gevoel meer gestimuleerd. Mede daardoor verdween dat noodzakelijke gevoel om in transitie te gaan.

Rond mijn achtentwintigste wilde ik meer commercieel werk gaan doen. Die commerciële danswereld heeft heel sterke cisman en cisvrouw vibes: een weerspiegeling van onze maatschappij. Ik wilde meer geboekt worden en ben mezelf toen meer als man gaan presenteren. Ik werd comfortabeler in die rol. Ook ben ik meer gaan trainen. En ik deed mee met So You Think You Can Dance, waar ik een baard moest laten staan. Je had tien jaar daarvóór echt niet tegen me moeten zeggen dat ik ooit een baard zou hebben, of zelfs borsthaar, toen ik echt van plan was het allemaal weg te laten laseren.

Toch geen transitie. Louis Alves, danser. Foto: Jasmine de Vries

Dus ja, hoe zou ik mijn identiteit nu benoemen? Ik ben vooral mezelf. Rond mijn negenentwintigste ontstond er meer harmonie met mijn mannelijke kant. Ik voelde me steeds comfortabeler worden met het stukje man in me. Maar ik merk dat ik het esthetisch toch wel mooi vind ook een wat vrouwelijkere shape te hebben, maar niet per se zoals de shape die ik tien jaar geleden wilde. Toen wilde ik echt vrouw zijn, maar wist niet hoe. Dat heb ik nu al een paar jaar niet meer. Dus als je vraagt of ik later die transitie zou willen maken, dan zeg ik nee. Ik vind het gewoon mooi als een man iets vrouwelijks heeft, of als een vrouw iets mannelijks heeft.

Mijn oma was een wijze vrouw, heel spiritueel. Ze heeft altijd gezegd: ‘Je bent in het leven gekomen om bepaalde lessen te leren, en je bent goed zoals je bent. Je kunt man én vrouw zijn. Als we dit leven loslaten, zijn we zielen. En zielen zijn genderless, jij hebt dat proces nu al. Je hoeft niet te kiezen.’

Mijn gender is niet relevant.

Het vrouwelijke is een onderdeel van mij geworden. Als ik dat weg zou cijferen, zou ik mezelf weg cijferen. So that wouldn’t make sense, en zeker niet met dansen. Jezelf neerzetten en daarbij je authentieke zelf zijn, dat is de manier waarop iemand echt uitstraling krijgt, anders is het fake. Dus ik heb dit vrouwelijke stuk van mij niet weggestopt, en ik maak er ook geen geheim van. Het is een onderdeel van mij, het is een proces geweest.

Maar ik plak geen labels meer op mezelf. Mijn gender is niet relevant. Ik ben gewoon Louis en just see me as a human being.

Lees ook het interview met danser en presentator Jan Kooijman: Meer diversiteit in TV-serie Hij is een zij.