Samen in transitie

Een transitie doorloop je alleen, maar in zekere zin ondergaat je directe omgeving ook een transitie.
Ik ben Max, 31 jaar, non-binair en transgender, sinds twee en een half jaar uit de kast. Een van de personen die mijn transitie het meest intens meemaken, en die persoonlijk mee-ontwikkelen in dit proces, is absoluut mijn moeder.
Omdat ik ouders van transgender kinderen herkenning wil bieden, interview ik Ingrid mijn moeder en Christa, de moeder van transman Tijn.
Samen in transitie_TRANS magazine_Jan Broekhuizen

Hoe was het voor jou mam, toen ik uit de kast kwam?

Ingrid: Als een donderslag bij heldere hemel. Ik heb dat niet zien aankomen. Ik had niet de indruk dat jij met je genderidentiteit worstelde en ik kende het fenomeen transgender niet echt. Jij had daar zelf heel veel over nagedacht voordat je ons als familie hiervan op de hoogte stelde. Op dat moment begon voor ons het bewustwordingsproces pas. Er komen zoveel vragen omhoog. Wat betekent dit voor ons kind en hoe sta ik hier zelf in? Natuurlijk wil je vooral dat je kind gelukkig is. Of dat nou als man is, als vrouw of geen van beiden.

Christa: Bij mij ging het anders. Tijn was heel open over zijn gevoelens en vertelde veel. Zijn coming-out vier jaar geleden kwam niet als een verrassing. Wat Tijn vertelde over zijn genderidentiteit nam ik steeds goed in me op. Soms begreep ik het niet meteen helemaal, of kon ik me er niet direct iets bij voorstellen. Ik heb veel nieuwe dingen een plekje gegeven en dat heeft tijd nodig gehad.

Wat ik vooral lastig vond, was om mij te realiseren hoe eenzaam die struggle voor zijn coming-out moet zijn geweest. Dat raakt je als moeder. Als ik nu naar Tijn kijk, weet ik dat het helemaal oké is. Ik voel hetzelfde als Ingrid: het is mijn kind, en hoe die eruitziet maakt niets uit.

Wat waren jullie zorgen?

Christa: De wereld ziet je kind als ‘anders’ en wat betekent dat voor zijn geluk? Dat is natuurlijk je zorg als moeder. En omdat ik verpleegkundige ben, is snijden in een gezond lichaam wel een hobbel om te nemen. De risico’s van narcose, ik weet wat de consequenties kunnen zijn. Wat me heeft geholpen, is te zien hoe zwaar het lichamelijk was voor Tijn om dagelijks met een binder om te lopen. Pijn in zijn ribben en moeite met ademen.

Ingrid: Heel herkenbaar! Max heeft een verleden met slecht reageren op medische behandelingen, dus maakte ik me extra zorgen over hormonen en operaties. Hoe moest het als dat niet zou lukken? En zorgen om zijn veiligheid, als iemand die als ‘buiten de norm’ wordt gezien. Die bezorgdheid hou je.

Hoe ging het gebruik van de nieuwe voornaam en ’hij’ in plaats van ‘zij’ jullie af?

Ingrid: Dat ging best vloeiend, alleen las ik eens in een interview dat je niet van je kind zou houden als je het aanspreken niet op de juiste manier doet. Ik merkte dat ik daar erg onzeker van werd. En als ik nerveus ben, dan ga ik juist de fout in! Toen ik dit met jou besprak, reageerde je er gelukkig heel relaxed op.

Christa: Tijn vroeg ons hoe hij had geheten als hij een jongetje was geweest. Toen zei hij: ‘Dan wordt het Tijn, dan hebben jullie mij toch nog mijn naam gegeven.’ Dat vond ik zo ontroerend mooi, en heel bijzonder. Langzaam zijn wij aan zijn nieuwe naam gaan wennen. Dat voelde als samen in transitie zijn.

Wat wisten jullie over ‘transgender’? En hoe kwamen jullie aan informatie?

Christa: Ik wist van het bestaan, maar ik had me er nooit echt in verdiept. Het meeste weet ik nu van Tijn en dat vind ik ook wel prettig. Ik zoek er niet veel informatie over op. Het betekent vooral er zelf veel over nadenken en Tijn vragen stellen. Hij is een zij heb ik wel af en toe bekeken, vooral uit nieuwsgierigheid naar hoe het onderwerp gebracht werd. Heel respectvol vind ik.

Ingrid:Ik heb wel veel gegoogled, magazines gelezen, filmpjes op YouTube en documentaires gekeken. En natuurlijk ook naar Hij is een zij gekeken, dat vormde ook vaak een goede aanleiding om er met jou over te praten. Dan kon ik je makkelijker mijn vragen stellen.

Het gaat over jou, dus dan wil ik er alles over weten. Bijvoorbeeld over non-binair-zijn en de aanspreekvormen daarbij. Dat die een meervoudsvorm hebben, dat associeer ik met God en de koning. Dus dat is echt even ‘omdenken’ voor mij. Erover lezen en praten met jou helpt. En als ik merk dat iets me in de weg blijft staan, dan stel ik mezelf tegenwoordig de vraag: is dit wel zo belangrijk? Dan is het antwoord meestal ‘nee!’. Dat heb ik trouwens van jou geleerd.

Hoe gaan jullie om met vragen van vrienden, familie, collega’s en kennissen?

Ingrid: Het ligt eraan wie de vraag stelt, en hoe. Als het met respect gaat, geef ik op alles antwoord, en zeg ik ook gerust dat ik iets niet weet. Maar het is wel een dilemma, vooral bij mensen die mij nog kennen met twee dochters. Ik ben aan het leren dat ik de vrijheid kan nemen om te zeggen dat ik een dochter heb en een zoon. En dat die zoon trans is, punt. Meer niet.

Christa: Ja, die grens bewaken, ook dat moet je leren.Buitenstaanders stellen soms zulke intieme vragen, en je wilt niet botweg zeggen dat het ze geen donder aangaat, of dat je toch ook niet zulke dingen vraagt over hun kind.

Willen jullie iets meegeven aan ouders van kinderen in transitie?

Ingrid: Lees je in, zoek het op online, ga naar de bibliotheek, dus zorg dat je weet wat het inhoudt. Wat het voor jouw kind inhoudt. Je moet dus praten, want iedereen is anders, iedere transitie is anders. Maar het belangrijkste is dat je het accepteert. En dat de wereld het accepteert, te beginnen je eigen familie.

Christa: Daar kunnen wij als ervaringsdeskundige ouders bij helpen. Ga het gesprek aan met mensen in je omgeving, maar geef ook je grenzen aan. En blijf praten met je kind. Stel al je vragen, maar accepteer dat je niet altijd een antwoord krijgt. En onderzoek ook waar jouw grenzen als ouder liggen. Dat is zo belangrijk, want ook daarmee steun je hem, haar of hen.