TOP

Mijn genderidentiteit: buiten de binaire hokjes

Mijn genderidentiteit: buiten de binaire hokjes

Door Zinga van der Veen

Non-binair: je niet identificeren met de tweedeling man/vrouw. Zo kan ik mijn genderbeleving het beste omschrijven. Binnen een samenleving die binair is ingericht, is het voor mensen als ik een behoorlijke zoektocht om je plaats te vinden. Hoe vind je erkenning én herkenning binnen en buiten de transgender gemeenschap?

Documentaires als Genderbende, Beste Reizigers en Marvel Harris: Alles Is Nu zijn voor mij van groot belang geweest. Door deze films kon ik het onderwerp van mijn genderidentiteit bij mijn familie op een makkelijkere en meer toegankelijke manier bespreekbaar maken. Het is essentieel om jezelf gerepresenteerd te zien. Herkenning zorgt ervoor dat je je gesterkt voelt. Ik voel me, wanneer ik me in andermans verhaal kan herkennen, minder eenzaam. Daarnaast wordt mijn toekomstbeeld positiever als ik andere mensen zie zoals ik, die gelukkig en succesvol zijn. Het geeft mij hoop en ik denk ook dat het andere non-binaire personen hoop geeft. Door mijn persoonlijke verhaal te delen, wil ik (h)erkenning bieden en bijdragen aan een positieve beeldvorming.

Basisschool en familiefeestjes

Ik kan me goed herinneren dat ik op de basisschool vragen kreeg over mijn haar als het kort was, en over mijn kleding als het ‘jongensachtig’ was. Mijn ouders zeiden dat het er niet om gaat hoe ik eruitzie maar dat het gaat om wie ik ben vanbinnen. Ze gaven me de ruimte om aan te trekken wat ik wel en niet wilde dragen naar school. Naar familiefeesten droeg ik meestal wel een nette jurk of rok. Ik merkte dat ik beloond werd met complimentjes als ik er als een ‘nette meid’ uitzag. Ik voelde me hier enerzijds goed bij omdat ik complimentjes leuk vond maar anderzijds voelde het onprettig: alsof ik me verkleedde in plaats van aankleedde.

Een foto van toen ik op de basisschool zat

Mijn kleding werd vaak gekocht bij de tweedehandswinkel en ik kreeg ook kleding doorgeschoven van mijn neef. Mijn ouders maakte het niet uit of het jongens- of meisjeskleding was. Vanaf een jaar of negen ging ik ook wel met mijn moeder mee naar de stad en kochten we samen schoenen of broeken. Het was dezelfde tijd dat ik begon aan te geven dat ik geen laarzen en rokjes meer wilde dragen. Ik zag in een winkel grijs-met-witte gympen van de jongensafdeling. Ik wilde ze super graag hebben alleen vond ik het ook spannend. Omdat het ‘jongensschoenen’ waren, was ik bang voor negatieve reacties op school. Mijn moeder kocht meteen twee paar om te laten zien dat ze me steunde. Ik droeg ze constant.

Er werd wel eens ‘jongen’ naar mij geroepen. Hoewel ik me nooit beledigd voelde als iemand me uitmaakte voor jongen wist ik wel dat het kwetsend werd bedoeld en ik hierdoor werd buitengesloten. Ik merkte dat meisjes van mijn leeftijd boos werden als iemand dat tegen ze riep, maar ik voelde mij niet zo erg een meisje en was daarom niet zo beledigd als mensen dat tegen mij zeiden. Het kon mij niet veel schelen als mensen geen meisje zagen.

In mijn klas was een duidelijke scheiding tussen jongens en meisjes. Meisjes gingen nauwelijks met jongens om en andersom. Ik zag hoe een ander meisje uit mijn klas werd gepest om haar kledingkeuzes en gedrag omdat dit volgens klasgenoten niet bij meisjes zou passen. Ze droeg nooit jurken of rokken maar altijd broeken en petten, ze voetbalde graag en speelde met lego. Ik ging veel met haar om. Ik herkende mezelf in haar en vond het cool dat ze ondanks alle kritiek zichzelf bleef.

Mijn zelfbeeld in de puberteit

Toen ik in de pubertijd kwam, verslechterde mijn zelfbeeld en de relatie die ik had met mijn lichaam. Ik was niet bewust bezig met wat er gebeurde met mijn lichaam omdat ik niet met de veranderingen bezig wilde zijn. Ik ontweek de spiegel zoveel mogelijk en was niet blij wanneer ik soms toch in de spiegel keek. Ik ging minder eten, om vervrouwelijking van mijn lijf tegen te gaan en begon mezelf te verwonden.

Ik deed mezelf pijn vanwege een laag zelfbeeld en stress: stress over mijn lichaam en door weinig zelfvertrouwen. Ik ervaarde ook stress wanneer ik bezig was met de meningen van anderen. Door mijn lichaam pijn te doen door minder te eten of het te verwonden werd de stress voor een moment minder en werd de pijn die ik mentaal had, fysieke pijn. Dit zorgde telkens kortstondig voor ontlading. Langzaamaan werd het een verslaving. Ik moest steeds weer en steeds meer pijn voelen om een geluksmoment te ervaren. Het was een ongezond coping mechanisme. Mijn zusje was mijn grootste motivatie om aan mijn problemen te gaan werken: ik wilde haar aan het lachen maken en niet bezorgd om mij laten zijn. Later wilde ik dit ook voor mezelf. In de afgelopen negen jaar ben ik naar verschillende psychologen geweest. Inmiddels zit ik twee jaar bij dezelfde. En het gaat nu erg goed.

Middelbare school

In de onderbouw van de middelbare school ging er een ‘roddel’ rond dat ik lesbisch was. Dit was, zeker in een klas met bijna alleen maar meiden, een big deal. Meiden uit mijn klas wilden zich niet omkleden voor gym als ik er was omdat ze bang waren dat ik naar ze keek. Terwijl ik expres, omdat ik me van hun ‘angst’ bewust was, alleen naar de vloer van de kleedkamer keek zodat ze zich meer op hun gemak zouden voelen. Om duidelijkheid te geven, heb ik op een bepaald moment verteld dat ik inderdaad op meisjes val. Dat luchtte op en ik voelde daardoor meer vrijheid om mezelf te uiten, al twijfelde ik nog over het label ‘lesbisch’. Ik nam meer vrijheid om op het gebied van kleding te experimenteren. Ik ging vooral lagen over elkaar heen dragen en ik kocht shirts en sweaters van de ‘mannenafdeling’. Dit maakte mij een stuk zelfverzekerder.

In de bovenbouw kwamen meer leerlingen uit de kast en leerde ik mensen kennen met wie ik open over mijn seksualiteit kon praten. Ik was erg gedreven om de situatie voor lhbti+-medescholieren te verbeteren en hielp mee met het organiseren van Paarse Vrijdag. In de bovenbouw werd ik niet geplaagd of gepest. Mensen maakten nauwelijks opmerkingen toen ik als enige ‘meid’ in een broek en blouse naar het kerstgala ging.

Studeren en het opzoeken van de lhbti+-gemeenschap

Toen ik na de middelbare school aan mijn opleiding begon, kwam ik weer in een lastigere periode terecht. Tijdens de studietijd drong de vraag zich aan mij op in hoeverre de labels ‘vrouw’ en ‘lesbisch’ op mij van toepassing waren. Eerst dacht ik dat het met mijn seksuele voorkeur te maken had dat ik me niet echt vrouw voelde. Totdat ik op de opleiding Toegepaste Psychologie leerde over genderdysforie, en de documentaire Genderbende zag. Het raakte mij diep dat ik mensen zag die openlijk praatten over hun non-binaire beleving van gender. Het was voor het eerst dat ik een gevoel van herkenning ervaarde. Hierdoor begon het kwartje langzaam te vallen. Ik ging mezelf steeds meer vragen stellen over wat ik voelde als ik in de spiegel keek en wat ik voelde als mensen mij aanspraken op mijn vrouw-zijn. Ik stelde mezelf vragen als: wanneer kijk ik met een lach naar mezelf in de spiegel en wanneer niet? Waar heeft dat mee te maken? Hoe voel ik me als mensen tegen mij ‘mevrouw’ zeggen en waarom voel ik dat? Hoe zou ik over straat gaan en bij familie op bezoek gaan als ik geen opmerkingen zou krijgen over mijn genderexpressie?

Ik besloot om mijn haar korter te knippen en kocht een ‘mannenpak’ voor mijn achttiende verjaardag. Ik stopte met mijn opleiding Psychologie en ik meldde me aan bij de studentenvereniging A.S.V. Gay. Ik zocht de lhbti+-gemeenschap op en ontmoette mensen die divers waren in hun genderidentiteit en -expressie. Ik heb door Faith, een vriendin van mij, veel mensen leren kennen in het uitgaansleven. We gingen samen naar het Milkshake Festival en naar Pride. Het waren voor mij grote stappen. Faith heeft mij enorm geïnspireerd door hoe zij zich uitte en kleedde. Zij heeft mij (on)bewust erg geholpen met mijn genderzoektocht.

Ik begon dat jaar ook aan een nieuwe opleiding, Culturele Maatschappelijke Vorming, waar ik niet raar aan werd gekeken door wat ik droeg. Ik heb me binnen de opleiding ingezet voor het overbrengen van kennis over de lhbti+-gemeenschap. Ik heb me er altijd veilig gevoeld.

In de zomer van 2019 ging ik samen met Faith naar Pride Oost, waar een trans walk werd georganiseerd. De foto hiernaast is daar genomen. We wilden graag onze steun laten zien. Ik identificeerde me wel al als non-binair maar sprak nauwelijks openlijk over mijn genderidentiteit en ervaringen.

In januari 2020 deelde ik voor het eerst een bericht waarin ik vertelde dat ik me identificeer als non-binair. Sinds die tijd spreek ik mij hier open over uit.

Vol met vragen

Nu ik meer begrip heb van gender en genderdysforie snap ik beter waar mijn mindere zelfbeeld en disconnectie met mijn lichaam vandaan kwamen. Ik heb lichamelijke genderdysforie. Ik vind het moeilijk om naar mezelf in de spiegel te kijken als ik geen binder draag. Het zien van een platte borst maakt mij ontzettend blij. Ik wil heel graag een mastectomie en kijk nu al uit naar het moment dat ik na die ingreep kan gaan zwemmen, zonder shirt.

Ik heb mezelf afgevraagd of ik niet een man ben, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat de woorden ‘jongen’ of ‘man’ mijn gevoel en beleving van gender adequaat omschrijven. Ik kan mij niet voorstellen in het hokje man te passen. Wanneer mensen mij ‘meneer’ noemen word ik vrolijk omdat dit betekent dat ze geen mevrouw zien, maar ik word niet vrolijk omdat ze een man zien. Dat is denk ik het grootste verschil. Ik word het vrolijkst als mensen mij neutraal aanspreken. Dan heb ik het gevoel dat ik helemaal gezien word voor wie ik ben.

Binnen de transgender gemeenschap is het soms nog zoeken. Regelmatig wordt de vraag ter discussie gesteld of non-binaire personen transgender zijn. Ik zou mezelf wel trans willen noemen omdat ik me identificeer met de transgender gemeenschap en ervaringen deel met transgender personen, ervaringen die cisgender personen niet hebben. Ik zou mezelf aan de andere kant niet snel trans noemen omdat de nadruk dan ligt op het woord trans en niet op het woord gender.

Kijken naar de toekomst

Ik heb door de jaren heen gemerkt dat hoe lastiger het voor mensen is om mij in het hokje man of vrouw te kunnen plaatsen, hoe meer negatieve reacties ik krijg. Toen ik nog op de basisschool zat, kwam ik op weg naar school jongens tegen uit mijn buurt die mij nariepen, meestal om mijn kleding. Op de middelbare school werden hier ook opmerkingen over gemaakt. Nog steeds krijg ik reacties als ik met het openbaar vervoer reis of door de stad loop. Soms komen mensen naar mij toe en vragen: ‘Ben je een man of een vrouw?’.

Dit was ik tijdens Pride Oost

Het kan pijnlijk voelen voor mij als iemand er bijvoorbeeld door mijn stem meteen van uitgaat dat ik een vrouw ben en mij hierdoor aanspreekt met zij/haar/mevrouw. Angst voor de reacties van de buitenwereld leidt er soms toe dat ik liever binnen blijf. In therapie heb ik echter geleerd om zo min mogelijk situaties te vermijden. Als ik veel last heb van mijn angst vraag ik aan mijn psycholoog, vrienden of familie om hulp en probeer ik erover te praten of mijn gevoelens op te schrijven.

Ik heb mezelf dikwijls de vraag gesteld of ik het me niet te moeilijk maak door ervoor uit te komen dat ik non-binair ben. Maar inmiddels heb ik geaccepteerd dat – ondanks dat het erg zoeken is naar mijn plek in de maatschappij – ik en mijn genderidentiteit er mogen zijn. Het is voor mij belangrijk om naar mijn gevoel en ervaringen te luisteren en hierin gehoord te worden. En ik heb geleerd dat ik mag vragen om respect en aandacht voor mijn gevoelens. Ik heb ook stappen gezet in hoe ik kijk naar mezelf. Ik heb schoonheid leren zien en gevonden in mezelf en mijn lichaam. Ik kan inmiddels ook genieten van de vrijheid die mijn genderidentiteit mij geeft. En ik ben ontzettend blij met de stappen die ik heb gezet en de groei die ik doormaak. Door mijn stage bij Transgender Netwerk Nederland heb ik mij gerealiseerd dat ik mij dagelijks in wil blijven zetten voor de acceptatie van lhbti+-personen, in het bijzonder non-binaire personen.

Comments (1)

  • Avatar

    Jaap

    Je bent geweldig

    reply

Post a Comment