Mijn lichaam is niet van mij – Lichaamsdysmorfie, genderdysforie en een eetstoornis.

Door Finn Saager

‘Ik sta in mijn hemdje en mijn jeans voor een spiegel. Marle, de vrouw naast me, vraagt me alle positieve dingen over mijn lichaam op te noemen. Als het lang stil blijft, zegt ze: “Weet je, op de foto die je meebracht zie ik dat je een heel mooi vrouwelijk lichaam had. Je probeert af te vallen om mooier te worden, maar eigenlijk word je minder mooi hoe magerder je wordt. Als je zou kunnen aankomen, zou je je vrouwelijkheid terug kunnen krijgen.”

Het enige wat ik denk is: waarom zou ik nóg vrouwelijker willen zijn?

Vorige week deed ik met Marle de touwtjesoefening. Daarbij moest ik met één touwtje neerleggen hoe groot ik dacht dat mijn heupen waren. Met een ander touwtje moest ik neerleggen hoe groot ik wilde dat mijn heupen zouden zijn. Met het laatste touwtje moest ik meten hoe groot mijn heupen daadwerkelijk waren. De realiteit was: het kleinste van allemaal.’

Dit vertelt No als we het hebben over hoe het is om zowel Body Dysmorphic Disorder (BDD) te hebben als genderdysforie. Ik herken veel in hun verhaal en het zette me aan het denken: is er een link tussen de twee? En leidt het vaker tot een eetstoornis, zoals bij mij en No?

Body Dysmorphic Disorder is een stoornis waarbij het lichaamsbeeld van degene die het ervaart niet overeenkomt met de realiteit. Het vervormde lichaamsbeeld uit zich bij iedereen anders. Bij No uitte het zich in het idee dat hun heupen veel breder waren dan ze daadwerkelijk zijn. Kenmerkend voor BDD is de afschuw of schaamte die iemand voelt ten opzichte van diens eigen lichaam of onderdelen ervan.

Het gevoel van afkeer jegens het eigen lichaam, komt ook vaak voor bij mensen die genderdysforie ervaren. Voor mij geldt dat ik een afkeer voel jegens wat ik als vrouwelijk beschouw aan mijn lichaam: mijn borsten en heupen. Daardoor voel ik mij ervan vervreemd. Het is alsof ik een lichaam huur dat niet van mij is. Een lichaam dat ik ervaar als vrouwelijk en dat niet samenvalt met zoals ik het in mijn hoofd zie: platte borst, smalle heupen. Elke keer dat ik in de spiegel kijk, herken ik mijn lichaam niet.

Er kan overlap tussen de twee aandoeningen zijn en dan is het soms moeilijk om te weten of wat je ervaart lichaamsdysmorfie is of genderdysforie. Of, zoals bij mij en No, allebei. Bij mij werd BDD deels veroorzaakt door een geïnternaliseerd idee dat waarde en schoonheid gelijk staan aan dunheid. Dit leidde vervolgens tot een eetstoornis. Ik deed er alles aan om niet dik te worden, omdat ik dacht dat ik dun moest zijn om waarde te kunnen hebben en mooi te kunnen zijn. Het duurde daarom lang voor ik doorhad dat de lichaamsdysmorfie ook kwam omdat ik genderdysforie ervaarde. Dit realiseerde ik mij pas nadat ik het idee dat ik dun moest zijn had ontmanteld en aan zelfacceptie en zelfliefde ging werken. Ik leerde dat mijn lichaam er is om mij in leven te houden en dat dat genoeg is; het hoeft niet te voldoen aan een schadelijk maatschappelijk ideaal.

Maar toen ik mijn lichaam weer beter ging voeden en onderhouden, voelde het alsnog niet van mezelf. Ik realiseerde me dat het innerlijke beeld dat ik had van mijn lichaam nog steeds niet overeenkwam met hoe mijn lichaam er in de realiteit uitzag. Het lichaamsbeeld dat ik in mijn hoofd had, was een jongenslichaam. Wat ik voelde was dus genderdysforie. Door de lichaamsdysmorfie denk ik dat mijn heupen breder zijn dan ze zijn, dat mijn gezicht vrouwelijker is dan het is. Dit triggert vervolgens de genderdysforie, omdat ik er helemaal niet uit wil zien als een vrouw. En de dysforie triggert mijn eetstoornis, omdat ik door minder te eten dunner word en ik dunner worden associeer met er mannelijker uitzien. Als ik dun ben, verdwijnen de vrouwelijke vormen. In mijn hoofd weet ik echter: er zijn zat cis mannen met brede heupen, buik- en borstvet, en een rond gezicht. Dat maakt ze niet minder man, net zoals het mij niet minder man maakt.

Alles bij elkaar is het een wirwar van gedachten en gevoelens. Door het gesprek met No begon ik me af te vragen of andere trans mensen ook dergelijke ervaringen hebben. Daarom richt ik mij nu tot jullie. Wat zijn jouw ervaringen met de correlatie tussen genderdysforie, lichaamsdysmorfie en een eetstoornis? Wil jij je verhaal met ons delen? Laat het ons weten, laat je e-mailadres achter en ik neem contact met je op!

Noot:

Body Dysmorphic Disorder: Aandoening waarbij iemand een verstoord lichaamsbeeld heeft en het lichaam, of delen ervan ervaart als defect en beschamend. Dit idee manifesteert zich vaak in obsessieve en negatieve gedachtes van afkeur en schaamte. Bij deze mensen komt hun perceptie van hun lichaam niet overeen met de realiteit. Als zij in de spiegel kijken, ziet het lichaam er verstoord uit en lijken ‘imperfecties’ groter dan ze daadwerkelijk zijn.

Genderdysforie: Genderdysforie komt voor bij mensen van wie de genderidentiteit niet overeenkomt met het gender dat zij bij de geboorte hebben toegewezen gekregen. Bij hen leidt dit tot stressvolle en nare gevoelens, ook wel dysforie genoemd. Genderdysfore personen hebben geen verstoord lichaamsbeeld. Genderdysfore personen met lichaamsdysmorfie hebben dit wel. Niet alle trans mensen ervaren genderdysforie, maar voor hen die dit wel ervaren kan het veel stress en pijn opleveren.

Geef een antwoord