Merel Moistra – kleinkunst artiest èn Communicatie Coach

Tekst Meike van der Lippe

Het fenomeen Merel Moistra ontdekte ik tijdens de Trans Pride Kerkdienst, op de afsluitende zondag van de Pride Amsterdam 2017. Zij zong het gevoelige liedje De Geboortekaart – Hiep hiep hoera het is een mensje, en maakte een paar goede grappen met betrekking tot haar transitie, waarmee het ijs in de overvolle Keizersgrachtkerk direct gebroken was. En ik vroeg me af: waar komt deze doorgewinterde cabaretière ineens vandaan? Bijna een jaar later belde ik Merel om een afspraak te maken voor dit gesprek.

Opvallend open en relaxed reageerde je op mijn onaangekondigde telefoontje, alsof we elkaar al jaren kenden. Geen spoor van divagedrag of sterallures…

Ik heb het altijd heel leuk gevonden als mensen mij bellen; ik ben gewend om vooral zelf achter mensen aan te moeten lopen. Voordat ik deze ongelooflijk lieve, populaire cabaretière werd, was ik toch een redelijk onaangepaste jongen die heel veel moeite had om met mensen om te gaan. Ik denk dat men mij gewoon totaal niet snapte: een jongen die niet wil deugen als man. Altijd scherp uit de hoek komend. Dat dat grappig bedoeld was, kwam meestal niet over.

Toen nog niet.

Kijk, op het podium mag ik scherp zijn want de context is: ze is grappig. De context is heel belangrijk. Ik kan het iedereen aanraden: creëer een imago dat je grappig bent en je hebt sociaal gezien veel meer ruimte om je te bewegen.

Was je ook de leukste thuis?

Mijn vader was een heel moeilijke man en mijn moeder extreem onzeker. Je had er niet zoveel aan. Maar je zou ook kunnen zeggen: al heel vroeg werden mijn talenten ontdekt door mijn moeder en die had reuze veel vertrouwen in mij! Op mijn tiende zei ze namelijk al tegen me: ‘Wees jij de wijste.’ Daarmee doelde ze dan op mijn vader, die weer eens het bloed onder mijn nagels vandaan treiterde.

Mijn vader had last van waanideeën. Als je in de buurt kwam van de illusie waarmee hij grip op de werkelijkheid probeerde te houden, dan begon de grond te trillen. Ik was de enige die wel eens tegen hem inging. Mijn moeder en broer dachten dan: ‘Nu breekt de hel los!’ Maar dan begon mijn vader te lachen, vond hij mij grappig.

Hoe verging het je op school?

Problematisch. Alle aandacht ging naar mijn broer. Hij zat op een lomschool; een supertoffe school vond ik, met kleine klasjes en ieder jaar een kamp. Ik deed een soort vooropleiding van het gymnasium, maar de gymnasiast in mij wilde maar niet wakker worden. Ik kwam in de ‘afvalklas’ terecht, die bestond uit veertig leerlingen. Toetsen maken, daar was ik bijzonder slecht in. Zo belandde ik op de mavo. Daar ben ik volkomen ingedut. ‘Ze geloven toch niet dat ik het kan’, dacht ik.

Na de MTS Elektrotechniek ben ik de verkoop ingegaan. In de vroege jaren negentig, toen de computers de deur uit vlogen, heb ik heel snel carrière gemaakt. Een Van Gils-pak, een Audi80 en een snor. Ik weet nog wel dat ik mezelf voor een stoplicht zag staan en dacht: ‘Dit ben ik niet.’ Ik probeerde een ideaalbeeld na te streven, wilde het gewoon goed doen. Omstandigheden gaven een wending aan mijn leven: de markt zakte in, ik werd ontslagen en de vrijheid die ik toen voelde, wilde ik zo lang mogelijk vasthouden. Ik ontdekte dat ik een speciaal toelatingsexamen kon doen voor de universiteit en dat haalde ik met gemak. Zo begon ik, voor het eerst vol vertrouwen, aan de studie Psychologie. Misschien koos ik onbewust voor de richting Arbeids- en Organisatiepsychologie, omdat bij Klinische Psychologie, de vulkaan waarop ik zat waarschijnlijk ontploft was. Bovendien kan je natuurlijk nooit therapeut worden, als je zelf gek bent.

Is dat het geval?

Mijn grootvader had het extreem. Ik dacht dat ik, net als hij, manisch depressief was, maar mijn psycholoog zei: ‘Dat valt wel mee. Je zal nooit per ongeluk zeven speedboten gekocht hebben.’ Dat heb ik inderdaad nooit gedaan. Ik verlies nooit de realiteit, maar word af en toe wel SUPER enthousiast. Dan kan ik de hele wereld aan. En soms heb ik last van een stemmetje dat zegt: ‘Wie denk je wel dat je bent, sloof je niet zo uit.’ Het duiveltje op je schouder, het ego wil geen verandering. Als ik daaraan gehoor geef, dan hoeft het niet meer, dan kan ik ermee stoppen.

Hoe heb je de stap naar het podium gemaakt?

Op een dag heb ik mezelf de vraag gesteld: ‘Wat wil je nou eigenlijk?’ Het antwoord was: ‘Muziek maken. Maar… dat kan helemaal niet.’ Door mijn nèt niet helemaal afgemaakte studie Psychologie herkende ik dat als een limiting belief en wist ik dat ‘gewoon DOEN’ de enige remedie was. Ik startte een muziekuitgeverijtje, creëerde een studio, schreef liedjes en kreeg veel zangers en zangeressen over de vloer. Heel af en toe zat er een artiest bij, die pikte ik er gemakkelijk tussenuit. Zelf trad ik niet op. Om geld te verdienen gaf ik cursussen ‘website bouwen’, en zo ontmoette ik de persoon die mij een podium zou gaan bieden. Een cursist die zich voorstelde als Woodie Woet, goochelaar. Hij bleek een eigen theater te hebben, in een schip. Ik had net een cd opgenomen met kinderliedjes en daar wilde ik een dvd van maken. Ik had nóg een idee daarbij, maar daar was ik nog niet helemaal uit. Ik vroeg Woodie of ik zijn Tricky Theater mocht gebruiken. Hij antwoordde: ‘Geen probleem, maar jij loopt met een idee en dat moet je uitvoeren.’ Ik dacht: ‘Dit is geen goochelaar, dit is een fuckin’ magician! Hoe kan ‘ie dat nou weten?’ De kinderliedjes wilde ik zelf gaan zingen, maar dan ook echt als mezelf.

Zo werd de dvd-opname van die kinderliedjes mijn allereerste optreden als vrouw. Bij de repetitie vroeg ik of de crew me nog feedback kon geven voordat we zouden gaan opnemen. Woodie bleek een geweldige regisseur. Hij zei: ‘Het lijkt alsof je je nog een beetje inhoudt.’ Daarop heb ik alles eruit gegooid. Woodie was overdonderd en vroeg me nog diezelfde middag of ik samen met hem een kindervoorstelling wilde maken. Dat hebben we drie jaar lang gedaan, uitvoeringen op de woensdagmiddag. Vervolgens ben ik de openpodiumavonden gaan presenteren. Met de regie in handen van Woodie ontwikkelde dat programma zich tot een radiotheaterspektakel.

Was het optreden als vrouw, als jezelf, ook een stap richting je fysieke transitie?

Het begon met de gedachte: ‘Ik ga niet als man m’n kist in.’ Ik zocht gewoon naar het juiste moment. In die tijd was mijn dochter Marlin net geboren en ik wist niet of mijn vriendin nog een kind wilde. Ik vond het belangrijk om rekening te houden met mogelijke gezinsuitbreiding. Drie jaar later zei mijn vriendin ineens: ‘Nu!’ Toen onze zoon Thomas was geboren, keken we elkaar aan en dat was het. Een paar weken daarna had ik een enorm school-is-out-gevoel. Ik was helemaal van mezelf, terug bij af. Ik begon veel te schrijven. Op een dag stond het ineens op papier: ‘Ik ben transseksueel.’ Toen was het waar.

Was dat nooit eerder uitgesproken, door anderen wellicht?

Nee. Mijn broer had een keer laten vallen: ‘Misschien ben je homo.’ Nou, dat was het echt niet. Toen ik als tiener het huis uit ging, was wel mijn eerste gedachte: ‘Dan kan ik daarmee verder.’ Ik bestelde zo’n Yves Rocher– en een Wehkamp-catalogus, op naam van het mooiste meisje van de mavo: Merel Hoekstra. Af en toe vertelde ik het een vriend. Eentje reageerde met: ‘Moet je naar een verkleedfeestje gaan.’ Dat zag ik niet gebeuren, maar hij zei: ‘Ga mee, gewoon partycrashen, maakt niet uit!’ Toen was ik ineens binnen een half uur – paf! – Merel. Iedereen op het feestje vroeg zich af waar ik de kleren, de make-up en de knowhow vandaan had, maar ik won wel.

s Nachts liep ik met de prijs (een bosbessentaartje) op m’n hakken en in lange jas naar mijn auto. Ik hoorde stemmen achter me. Die wilde ik liever voor me hebben, dus ik stopte even en deed iets aan mijn jas, weet je wel. Dus die mannen liepen langs me en zeiden: ‘Zo moppie, pizzaatje gehaald?’ Die avond was een mijlpaal.

Hoe stonden je ouders er tegenover?

In mijn voorstelling Mind-Fuck op Wandel-Gympen zeg ik: ‘Mijn moeder vond het allemaal wel leuk, zo’n lieve jongen. Ik speelde leuk met poppen, zat uren naast haar terwijl zij op de naaimachine de meest kleurrijke creaties in elkaar naaide die ik met liefde aantrok. Zolang het binnen die bandplooibroekenbandbreedte bleef, hoefde mijn moeder zich nergens zorgen over te maken. En dat was goed, want mijn moeder had namelijk zorgen genoeg. Ze had naast mij namelijk nog twee kinderen, van wie één half blind en moeilijk lerend en de ander zwaar labiel en mee getrouwd. En bij m’n vader was de bandbreedte nul, je dacht wel drie keer na voordat je je mond open deed’.

Toen ik uiteindelijk besloot in transitie te gaan, wist ik: ‘Pa gaat een probleem worden.’ In zijn jeugd had hij een vriend, Hein. Ze waren elkaar een beetje uit het oog verloren, maar Hein werd Ineke. Ze was één van de allereersten, één van die pioniers bij het Vumc. Mijn vader vertelde ons dat Hein gek geworden was.

Op een avond belt Ineke mijn vader, ik zit erbij als mijn vader in de hoorn gilt: ‘Mijn vriend was Hein en jij bent Hein niet. Oprotten klootzak!’ Op dat moment was het bij mij nog niet uitgekristalliseerd, maar er werd toen dus al een blokkade op die weg gelegd.

Toen ik nog contact met hem had, heb ik het wel geprobeerd te vertellen. Hij kwam bij me langs en de avond ervoor had ik een optreden in het theater gehad. Mijn nagellak had ik expres nog op. Ik zette het flesje remover op tafel toen hij binnenkwam, en ben die nagellak er demonstratief af gaan halen terwijl hij tegenover me zat. Ik dacht: ‘Misschien wordt het een topic.’ En toen vroeg ‘ie aan me: ‘Weet je dat ik vroeger een vriend had die Hein heette?’ Ik zei: ‘Pap. Hoe denk je dat ik dat OOIT KAN VERGETEN?’

Later heb ik heel veel issues die ik met hem wilde bespreken in een brief gezet. Ik dacht: ‘Of hij snapt dat ik het daar graag met hem over wil hebben, of hij doet de oude truc: hij ontploft.’ Hij verbrak het contact. Toen mijn vader dood ging had ik er vrede mee. Ik had alles gezegd in die brief.

En je moeder?

Ze heeft het moeilijk. Ze is blij met wie ik ben, maar in haar hoofd heeft ze gewoon twee zoons. Zij zegt: ‘Ik word er zo zenuwachtig van, elke keer als je komt, ben ik bang dat ik ‘hij’ ga zeggen.’ Dus heb ik tegen haar gezegd: ‘Laat het dan maar los.’ Op de één of andere manier denkt ze dat het vanzelf moet gaan, maar je moet het trainen. Elke ochtend even de foto bekijken en herhalen: ‘Dit is Merel, dit is mijn dochter.’ Het kost je een paar weken, maanden misschien, en dan is de knop om.

Het ego wil geen verandering…

Waar ik op het moment erg mee bezig ben – en gezien mijn kladblokjes van de afgelopen twintig jaar is dit een thema dat zich steeds weer opnieuw aan mij openbaart – is de overtuiging dat de wereld waarin wij leven geen realiteit, maar een illusie is. En dat die illusie voor ons een werkelijkheid wordt, door onze betekenisvolle interpretatie. Gedachtes die je belemmeren, zouden net zo goed helemaal niet waar kunnen zijn.

Ik geloof dat ik dit thema herken in je teksten. Ook deins je er trouwens niet voor terug om op het podium het woord ‘transseksueel’ te laten vallen.

Ik heb er keiharde grappen over gemaakt! Het is bevrijdend om er heel hard om te lachen. Je moet van de illusie van het drama af, de illusie die in stand wordt gehouden door mensen die voortdurend bevestigen dat transzijn een drama is.

Mind-Fuck op Wandel-Gympen heb ik gemaakt omdat ik vond dat dit thema alle aandacht behoorde te krijgen. Ik voelde me geroepen, het was een kans om me aan een raket te binden en me af te vuren. Ik gaf me op voor cabaretfestivals, maar helaas ben ik er twee keer bij de halve finale uit geketst.

Er was iets met het Cameretten?

Hm… oké, dat wil ik nog wel even vertellen. Dat prestigieuze festival heeft een persoonlijkheidsprijs. In 2012 was ik dóór naar de halve finale en speelde ik het Oude Luxor Theater plat. Als deelnemer ontvang je alle juryrapporten van de finalisten. In geen enkele van die beoordelingen stond ‘theaterpersoonlijkheid’, maar in de mijne wel. Dus ik dacht: ‘Ik maak een kans!’ Vol spanning stond ik in de coulissen bij de uitreiking en toen zei de voorzitter van de jury: ‘Dit jaar hebben wij wegens omstandigheden besloten om de persoonlijkheidsprijs niet uit te reiken.’

Een half jaar later sprak ik die voorzitter bij de uitreiking van de Annie M.G. Schmidtprijs en vroeg ik ‘m hoe het nou zat. Toen zei hij: ‘We konden jouw persoonlijkheid niet los zien van je transitie.’ Ik had kunnen ontploffen, maar dan was ik ook gelijk de risee van die hele wereld geworden. Ik beet op mijn tong en zei: ‘Dankjewel, voor de informatie’, en ik heb nog een gratis wijntje achterover geklokt.

Ik had het duwtje in de rug heel goed kunnen gebruiken, want het is moeilijk om een plekje te bemachtigen op de theaterpodia. Het lukt mij gelukkig wel, maar ik laat hierbij gelijk even weten dat impresario’s mij altijd mogen boeken.

Wat kunnen we binnenkort van Merel Moistra verwachten?

Op het moment tour ik met twee andere cabaretières in een Cabarestafette-achtig programma genaamd Niet voor de poes door het hele land.

En mijn allernieuwste creatie is het YouTube-kanaal De Communicatie Coach. Daarmee combineer ik mijn theatrale ervaring met mijn psychologieachtergrond en jarenlange obsessie met het worden van een beter mens. Mijn wens is een online gemeenschap op te bouwen, voor mensen die persoonlijke groei nastreven. Op 4 september aanstaande gaat op dit kanaal het trainingsprogramma De weg naar zelfcontrole – Van idee naar werkelijkheid de lucht in!

Geef een reactie